Alle arme kinderen naar school!

De stadsscholen van Haarlem 1757-1857

 

Auteur: Dick van Gijlswijk. Tekstadvies: Leny Wijnands

 

Dick van Gijlswijk, onderwijskundige en lid van de Historische Werkgroep Haarlem, heeft dit boekje geschreven als uitbreidende tekst bij de gelijknamige zomertentoonstelling 2016 die gedurende de zomer van dat jaar was te zien in Gebouw De Hoofdwacht, Grote Markt 17 (hoek Smedestraat) in Haarlem. Dick is ook de initiatiefnemer en organisator van deze tentoonstelling.

 

 

Mijn tekstadvies omvatte voornamelijk bijsturen, want door zijn enorme kennis van het onderwerp werd hij soms verleid tot het maken van gedachtesprongen en het veronderstellen van het aanwezig zijn (niet dus!) van detailkennis van het onderwerp bij de argeloze lezer / bezoeker.

Voorafgaande aan de tentoonstelling en deze publicatie, is een artikel verschenen in HRLM, de Haarlemse stadsglossy, getiteld: Stadsarmenscholen 1750-1850; eveneens geschreven door Dick van Gijlswijk.

Net als bij de tentoonstelling zelf, is de publicatie verdeeld in drie grote hoofdstukken:

  1. De periode 1757-1795, waarin de stad Haarlem zelf het onderwijs regelde;
  2. De Bataaafs-Franse tijd, 1795-1813, waarin de (Frans georiënteerde en later Franse) overheid zich met het onderwijs ging bemoeien;
  3. De periode 1813-1857, waarin behalve stabilisatie van alle onrust brengende veranderingen, ook onderwijsvernieuwing op nationaal niveau werd nagestreefd.

 

Binnen de chronologische ordening, worden thema's behandeld als lesroosters en leerlingenaantallen; criteria voor het toelaten van leerlingen tot de armenscholen; toelatingseisen voor de schoolmeesters; leerlingenuitval; schoolboeken en andere leermiddelen. Ook wordt aandacht gegeven aan de houding van de ouders, aan die van schoolbesturen en -inspecteurs, en aan de financiële kant van het verhaal.

 

Pronkstuk van de tentoonstelling was de zgn. Letterkast van Prinsen, de Haarlemse schoolmeester die meer dan 50 jaren onderwijs heeft gegeven en die een eigen lesmethode ontwikkelde, die tot in het buitenland navolging vond. Stevige kartonnetjes van een centimeter of acht, met daarop groot gedrukte letters (zodat ook de achterste bank ze kon lezen) konden in houten richels worden geplaatst, letter voor letter, met enkele dubbele letters voor bijvoorbeeld de dubbelklanken oe, au, ou, ui, eu.

 

Uit de veelheid van aanwezige les- en leesboekjes blijkt dat behalve spellen, lezen en rekenen, ook onderwezen werd in geschiedenis en aardrijkskunde. Daarnaast werd aandacht gegeven aan godsdienstig onderricht.

 

Elke zomertentoonstelling is geopend tot en met eind september, op vrijdag, zaterdag en zondag van 1300 tot 1700 uur, op het bovengenoemde adres. De tentoonstelling is gratis te bezoeken. Het gebouw is echter niet toegankelijk voor rolstoelgebruikers.