• Leny van der Ley, schrijfster
  • Leny Wijnands-van der Ley, historicus

Een fragment:

Vader keek om zich heen.

'Waar zijn de andere kinderen?' vroeg hij opeens.

'Gerrit en Jetje slapen al,' zei moeder Sien, 'Jaap is natuurlijk op de kazerne, en Fie slaapt bij een vriendin omdat ze morgenvroeg een boodschap voor de meester moeten doen. Anders was het zo ver lopen.'

'Hm. Nou, jij moet ook naar bed, Jo.'

Jo vond het nog wel erg vroeg om al te gaan slapen, maar ze maakte geen tegenwerpingen. Voorzichtig, om haar broertje en zusje niet wakker te maken, klom ze naar de bovenplank van de bedstee. Ze hing haar bovengoed aan een spijker, trok haar pon aan en kroop onder de dunne deken. Vanavond had ze de hele ruimte voor zichzelf, heerlijk! Van haar mocht Fie vaker bij een vriendin slapen.

'Goenacht moe.'

'Trusten kind.'

Ze zag hoe haar moeder de deurtjes dicht deed. In de donkere beddenkast lag ze nog even te luisteren naar de gedempte stemmen van haar ouders. Het klonk kalm. Vanavond geen ruzies, dacht ze dankbaar. Beneden zich hoorde ze Jetje een beetje rochelen in haar slaap. Die was altijd ziek of onderweg. Vooral als ze ergens mee moest helpen, dacht Jo een beetje nijdig. Vorig jaar sliep Jetje nog boven pa en moe in de andere bedstee. Toen sliep Jaap nog naast Gerrit. Maar zodra Jaap matroos werd en het huis uit ging, had vader de kleine Jetje naar diens slaapplaats gestuurd. Jo hoorde de lichte snurk van haar jongste broertje over Jetjes gerochel heen. Een licht gekraak uit de tegenoverliggende bedstee gaf aan dat ook pa en moe al naar bed gingen. Wat vroeg! Het was nog niet eens helemaal donker buiten. Wat kraakte die bedstee; of was het haar vader die iets gromde? Jo dacht slaperig aan haar vaders verhaal over oude adel en geld verkwisten. Dus haar vader stamde van de rijkdom af die in een kasteel had gewoond. Dan deden zijn kinderen dat ook. Door haar eigen aderen stroomde dus ook een beetje deftig bloed. Daar had je natuurlijk niks aan, al was het een grappig idee. Moe zou zeggen: daar betalen we de bakker niet mee. Maar het was haast net zoiets als dat verhaal van die te vondeling gelegde prinses. Al was die later toch teruggevonden en weer naar het paleis gebracht. Je kon dus wel van boven naar beneden zakken in het echte leven, maar andersom, dat lukte nooit, had haar moeder gezegd. Was er geen enkele weg omhoog? Jo dacht na, maar voordat ze veel verder kon denken, zakte ze in de diepe put van de slaap.